Wanneer we een kunstwerk bekijken doen we dit steeds vanuit een eerste algemene indruk. Deze algemene indruk wordt ook wel de voorstelling genoemd. Vanuit de voorstelling wordt er verder naar de details toegewerkt.
De voorstelling van een kunstwerk gaat over de inhoud en bespreekt WAT er wordt uitgebeeld: Dat kan een actie, een persoon of een voorwerp zijn (iemand rijdt op een paard, je ziet een schip dat over een meer vaart of er is een fruitschaal te zien). Je kijkt of er een verhaal wordt verteld en waar dat verhaal over zou kunnen gaan. Hierbij kan je de ook de titel gebruiken en sfeer die het opwekt.
Figuratief of abstract
Je kunt de beeldende kunst onderverdelen in twee categorieën namelijk figuratief en abstract. Als je goed kunt zien wat er is afgebeeld, noem je het een figuratief werk. Je hebt twee manieren van figuratief: realistisch en geabstraheerd. Wanneer je niet meteen herkent wat je ziet spreken we van een abstract werk.
Figuratief realistisch
Als de voorstelling gemaakt is naar de zichtbare werkelijkheid noem je het een realistisch werk. Er is ook gebruik gemaakt van plasticiteit.
Figuratief geabstraheerd
Als de voorstelling nog herkenbaar is, maar de voorstelling is vervormd of vereenvoudigd dan heet het geabstraheerd.
Abstract
Het beeld is onherkenbaar, het gaat alleen nog maar over compositie, vorm, lijn en kleur.
Bij figuratieve kunstwerken ga je kijken waar het werk over gaat. Deze kunstwerken hebben altijd een bepaald thema. Deze thema's met voorbeelden vind je hieronder.
Figuratieve thema’s
BONUS MATERIAAL
Kom je graag meer te weten? Lees dan verder. Dit deel wordt niet getoetst.
Meer thema’s