Nadat we een eerste voorstelling hebben gedaan over de inhoud van het werk, kijken we verder naar de vormgeving. Vormgeving zegt iets over HOE het is gemaakt. Hierbij houden we rekening met de verschillende beeldende middelen.

Deze kunnen we opdelen 2 onderdelen:
de beeld aspecten en materiaal, gereedschap en techniek.

Materiaal, gereedschap en techniek

Hierbij onderzoeken we welk materiaal werd gebruikt zoals olieverf, aquarel, marmer, … Het gereedschap, dit kan een verfkwast, een beitel, digitale beeldbewerking, etc. zijn. en welke techniek.

Tijdens deze cursus gaan we hier niet dieper op in. Maar het is wel een onderdeel van een volledige kunstbeschouwing.

Beeld aspecten

Beeldaspecten zijn de bouwstenen en visuele kenmerken waaruit een kunstwerk of beeld is opgebouwd. Ze helpen bij het analyseren en beschrijven van wat je ziet (de vormgeving). De belangrijkste beeldaspecten zijn:

  • Ruimte
    De suggestie van diepte of de werkelijke ruimte. Onderdelen hiervan zijn perspectief (lijnperspectief, atmosferisch perspectief), overlapping, afsnijding en repoussoir.

  • Compositie/ordening
    Hoe de verschillende elementen in het beeld zijn geplaatst. Voorbeelden zijn een centrale compositie, symmetrische/asymmetrische compositie, of een driehoekscompositie.

  • Vorm
    Welke vormen zijn dominant? Gaat het om geometrische (strakke) vormen of organische (natuurlijke) vormen? Zijn ze tweedimensionaal (vlak) of driedimensionaal (plastisch)?

  • Kleur
    Het gebruik van kleuren en hun eigenschappen, zoals kleurcontrasten (warm/koud, complementair), kleur verzadiging en kleur helderheid.

  • Licht & schaduw
    Hoe licht op voorwerpen valt, wat zorgt voor sfeer, plasticiteit (3D-effect) en diepte. Denk aan clair-obscur (sterk licht/donker contrast).

  • Textuur
    Hoe het oppervlak van een voorwerp eruitziet of aanvoelt (glad, ruw, harig, glanzend).

  • Lijn
    Het gebruik van lijnen om vormen te definiëren of richting te geven.