Licht heb je nodig om vormen en kleuren zichtbaar te maken. Je kunt door lichtval en schaduwen zien hoe groot iets is en wat voor vorm een object heeft. De manier waarop licht wordt gebruikt in een beeld heeft invloed op onze kijkrichting, de betekenis en de structuur van een beeld.
Soorten Licht
Er zijn 2 soorten lichtbronnen
Natuurlijke lichtbronnen
Hierboven zie je het licht afkomstig van glimwormen in een grot.
Gloeilampen, led, straatverlichting, …
Kunstmatige lichtbronnen
Ruimtelijkheid
met licht & schaduw
Met behulp van licht en schaduw maak je een plat vlak ruimtelijk. Weerspiegeling, glimlichten en transparantie kunnen extra accenten geven aan deze ruimtelijkheid.
In het hyperrealisme kunnen de kunstenaars dit zo knap schilderen dat het net een foto lijkt. Een object wordt ruimtelijk door licht- en schaduwwerking. Dit noem je plasticiteit. Hoe meer aandacht voor schaduwwerking, hoe plastischer het werk wordt. Het lijkt dan net of het echt is. Een stilleven met weinig plasticiteit lijkt daarentegen 'plat'.
Hyperrealisme
Plasticiteit door gebruik van schaduw
Gebrek aan plasticiteit
Om te bepalen waar het licht vandaan komt kan je eerst bepalen waar de lichtbron is. Soms staat de lichtbron buiten de kaders van de afbeelding. Kijk dus altijd goed waar de slagschaduw naartoe gaat. De slagschaduw staat van de lichtbron af.
Licht
Schaduw