Actieonderzoek

Kunst is een subjectief concept. Wanneer we kunst bespreken dan vallen de termen “mooi”, “abstract”, “kleurrijk”, enz. Maar hoe beoordeel je kunst en artistieke vakken in een leeromgeving?

Als leerkracht fotografie in het 4de middelbaar ging ik met deze bedenking aan de slag. De ontwikkelingen hierrond lees je verder in dit digitaal rapport.

Onderzoeksvraag

Fundament: Evalueren

“Hoe kan ik in 4FOTO tot een transparante en consistente evaluatie komen voor de foto opdrachten met behulp van doelgerichte criteria en een rubric?”

Toelichting

Toen ik besliste om de opleiding leerkracht te volgen had ik nog niet stilgestaan bij de verschillende fundamenten die daarbij komen kijken. Mijn grootste motivatie was gefocust op het willen aanleren van fotografie aan kinderen of volwassenen. Ik had nog niet bedacht hoe ik mijn leerlingen ging begeleiden of laten groeien en ging ervan uit dat dit mij wel aangeleerd zou worden.

Maar naargelang ik vorderde in mijn traject kwam er nog geen antwoord op de vraag: “Hoe ga ik mijn leerlingen beoordelen?”. Deze vraag ik ik namelijk nog niet behandelt. In het verleden had ik beroep gedaan op mijn technische kennis om werk te beoordelen. Ik had op buikgevoel criteria gebruikt om de kwaliteit van een werk af te wegen. Maar die methode leek mij nu niet langer gegrond en ik voelde de drang om een methode te vinden die rechtvaardig, doelgericht en duidelijk zou zijn.

Het was pas kort voor mijn 2de stage periode dat ik het woord rubrics leerde. Een concept dat mij eerder niet bekend was. Ik had al wel eens rubrics gezien maar niet geweten dat ze zo heette of hoe ze werden opgesteld of zelfs hoe ze werden gebruikt.

Na enig verkennend onderzoek werd al snel duidelijk dat rubrics een belangrijke rol kunnen spelen bij mij probleem rond evalueren. Maar hoe ik ze moest inzetten of opstellen was mij nog een geheel raadsel.

Naast de evaluatiemethode was het mij ook al opgevallen hoe moeilijk het is om een vak als fotografie te beoordelen. Je hebt te maken met zowel technische kennis als vaardigheden maar ook het artistieke aspect is van belang. Termen als “mooi” of “interessant” zouden niet erg objectief overkomen bij het beoordelen. Er ontstond dus een enorme drang om een methode te vinden die rechtvaardig is, duidelijk, makkelijk inzetbaar en consistent zodat zowel ik als de leerlingen zouden begrijpen wat er verwacht wordt en hoe hun prestaties zullen worden beoordeeld.

Dit bracht mij tot de opgegeven onderzoeksvraag: “Hoe kan ik in 4FOTO tot een transparante en consistente evaluatie komen voor de foto opdrachten met behulp van doelgerichte criteria en een rubric?”


Hypothese

Door actief rubrics en doelgerichte criteria in te zetten verwacht ik dat zowel ik al leerkracht, alsook de leerlingen een beter beeld hebben van wat er van hen verwacht wordt en hoe ze kunnen voldoen aan die verwachtingen. De meetbaarheid hiervan ligt in graad van verwarring en frustratie ten opzichte van de opdrachten en de daaraan gekoppelde beoordeling. Wanneer mijn aanpak juist is uitgevoerd zou er maar een minimaal verschil mogen zijn tussen de manier waarop ik als leerkracht een prestatie zal beoordelen en hoe een leerling zichzelf zou beoordelen.

Leerlingen zouden meer inzicht moeten krijgen over wat “goed” en wat “slecht” is wat de zelfregulatie bevorderd en de student in staat stelt zichzelf in te schatten voor een opdracht. Verder opent het ook de dialoog in de klas en tussen de verschillende leerkrachten van de vakgroep over wat de concrete doelstellingen zijn over de verschillende jaren heen. Dit zou moeten leiden tot een betere afstemming tussen de verschillende klassen en jaren die de leerlingen doorlopen waardoor studenten niet ieder jaar opnieuw moeten aftasten naar de regels van evaluatie.

Naar mezelf toe als leerkracht verwacht ik dat rubrics rust en klaarheid kunnen geven tijdens het feedback proces en de evaluatie. Het zou giswerk en discriminatie moeten minimaliseren omdat er gesteund kan worden op duidelijke peilers die door alle partijen worden erkend.

De verschillende doelen zouden beter vertegenwoordigd kunnen worden door ze op te splitsen en te benoemen. Zo kan attitude, kennis en vaardigheid op verschillende vlakken worden beoordeeld en kunnen ze samen een holistische (globale) beoordeling geven.

Als laatste hypothese stel ik dat deze methode mij persoonlijke gemoedsrust kan geven en minder schuldgevoel rond de beoordeling van leerlingen omdat ik beroep kan doen op vastgelegde factoren. Het ergste gevoel zou zijn dat een leerling zou denken dat ik hem of haar persoonlijk wil aanpakken met mijn beoordeling. Door te steunen op de afgesproken rubrics kan ik mij zekerder voelen in mijn feedback en eindscore.

Onderzoeksplan

Ik weet nog niet zoveel over rubrics of evaluatiemethodes voor kunstvakken. Als student heb ik eigenlijk nooit stilgestaan bij het proces dat mijn docenten en leerkrachten moeten doorlopen om een gewogen beoordeling te geven. Ik weet dat er criteria zijn waaraan een leerling moet voldoen alvorens te kunnen slagen. Maar de balans afwegen tussen de verschillende criteria en de puntenbeoordeling die hieraan gekoppeld is zijn mij vreemd. Dit onderzoek is een eerste concrete bewustmaking van mijn taak als leerkracht om een gegronde evaluatiemethode toe te passen.

Wat weet je al over je onderwerp?

Wat wil je te weten komen uit je bronnenonderzoek?

Ik zou meer te weten willen komen over de werking van rubrics, hoe ze op te bouwen en toe te passen. Daarbij ben ik ook benieuwd te leren of deze methode mij kan helpen om een transparante en duidelijke evaluatiemethode te ontwerpen. Mijn onderzoeksvraag spant zich breder dan enkel het ontdekken van rubrics. Het gaat mij over het vinden van objectiviteit in een subjectieve context en hoe ik dit zichtbaar en verstaanbaar kan maken mijn voor mezelf en mijn leerlingen. Kernwoorden voor mijn onderzoek zijn dan ook: evaluatie, feedback en rubrics.

Waar kun je mogelijk informatie vinden?

Ik verwacht voornamelijk informatie terug te vinden via de grote kanalen. Op het internet, in de literatuur, via podcasts en hopelijk ook meer wetenschappelijke rapporten. Tijdens mijn vooronderzoek kwam er al snel veel informatie naar boven. Het zal een uitdaging zijn om de verschillende bronnen voldoende te onderscheiden van elkaar.

Wie beschouw je als een expert over dit onderwerp en kan je eventueel interviewen?

Ik denk bij dit onderwerp meteen terug aan mijn oud-docenten van de bachelor opleiding fotografie die ik volgde in 2010-2013. In het bijzonder denk ik aan Thomas Van de Water, die met zijn aanpak van feedback en evalueren een positieve indruk achterliet op mij. Ik kwam altijd goed overeen met mijn docenten uit de opleiding en heb een goed contact met hen. Intussen heeft Thomas al meer dan 13 jaar ervaring in het evalueren van leerlingen fotografie in de hogeschool. Hij lijkt mij ideaal voor een interview over dit topic.

Wanneer kun je je onderzoek geslaagd noemen?

Ik zal mijn onderzoek als geslaagd ervaren wanneer ik voldoende nieuwe inzichten heb verworven om tot een transparante en doelgerichte evaluatiemethode te komen voor de foto opdrachten van 4FOTO.

Tijdpad

  • 13.03.2026

    Activiteit
    Infomoment

    Wat
    Oriënteren op het actieonderzoek

    Fase
    1. Doel van het actieonderzoek


    _

  • 06.04.2026

    Activiteit
    Opstart

    Wat
    onderzoeksvraag formuleren en aftoetsen bij praktijkbegeleider

    Fase
    3. De onderzoeksvraag

    _

  • 04.05.2026

    Activiteit
    supervisie met praktijkbegeleider

    Wat
    onderzoeksplan en tijdsplan bespreken.

    Fase
    3. De onderzoeksvraag
    4. Het onderzoeksplan
    _

  • 12.05.2026

    Activiteit
    Bronnenonderzoek
    + interview met expert

    Wat
    Bronnenonderzoek selecteren en afronden.

    Fase
    5. Bronnenonderzoek




    _

  • 14.05.2026 - 27.05.2026

    Activiteit
    Onderzoektijd

    Wat
    Bronnenonderzoek afwerken,
    ontwerp uitwerken en toepassen.
    Reflectie uitschrijven.

    Fase
    5. Bronnenonderzoek
    6. Ontwerp
    7. Uitvoering
    8. Reflectie
    _

  • 29.05.2026

    Activiteit
    Inleveren actieonderzoek

    Wat
    Actieonderzoek inleveren bij praktijkbegeleider

    Fase
    9. Portfolio
    (+ eventueel mondeling rapporteren)



    _

Bronnen

Inzichten uit krachtig in je school

Vanuit de cursus Krachtig in je school, wordt al al snel aangestuurd op breed evalueren. Dit omvat het evalueren van de persoon in zijn geheel en met zoveel mogelijk verschillende evaluatievormen en invalshoeken. Dit valt nauw samen met wat ik kon afleiden uit mijn bronnen, dat een holistische evaluatie een meer kwalitatieve evaluatievorm is die meer rekening houdt met de verschillende vaardigheden en de context van de leerling. Dit zou het uitgangspunt moeten zijn van mijn evaluatiemethode.

Het betrekken van leerlingen bij het opstellen van de evaluatie of de evaluatiecriteria wordt als zinvol ervaren en zou zodoende niet als afzonderlijke stap moeten worden gezien maar een deel van het onderwijs zelf. Dit draagt ook bij aan het kwaliteitsbesef (De Vries, 2025). Evaluatie kan verder voortdurend ingezet worden in functie van het leren. Formatief evalueren optimaliseert het leerproces en kan ook en kan gedurende de hele leer periode. Summatief evalueren wordt bij voorkeur enkel gebruikt na het leerproces. (#183 | Dries D’haese Over Beter Evalueren, 2024).

Om de kwaliteit van een bepaald evaluatie-instrument te bepalen moet het voldoen aan enkele kwaliteitscriteria. De doelmatigheidseisen omvatten validiteit en betrouwbaarheid. Rechtvaardigheid omvat transparantie, hanteerbaarheid, objectiviteit en normering. Het is belangrijk om de ontwikkelde methode af te wegen aan deze criteria.

Het volgende inzicht betreft de verschillende evaluatievormen. Peer-, co- en self assessment kunnen waardevolle methodes zijn om de samenspraak van de leerlingen te bevorderen. Dit is intussen al vaker aangehaald maar ik gebruik nu ook de gekoppelde termen. Rubrics kunnen helpen om de criteria voor deze evaluaties te sturen. Een van de valkuilen van deze methode is enerzijds het gegeven dat sommige leerlingen zich niet op hun gemak voelen bij het evalueren van peers of dat er anderzijds juist friendship-marking (vriendjespolitiek) opduikt. Uit mijn interview met Thomas Van de Water blijkt dat dit in de praktijk best wel meevalt en dat de groepsdruk en de leraar evaluatie deze oneffenheden kan wegwerken. Ook in de cursus wordt er gerefereerd naar self- en co-assessment. Waarbij de leerling en/of de leerkracht samen evalueert.

Samengenomen bevorderen deze vormen sterk de communicatievaardigheden en stimuleren ze diep en grondig leren en bewustwording van het eigen leerproces. Zeer waardevol dus.

Formatieve leerlingenevaluatie wordt aangemoedigd om het leerproces nog verder te optimaliseren. Het dient zodoende ingebed te worden in de opleiding (Schrooten et al., 2018b). Na het verzamelen van de verschillende data uit summatief en formatief evalueren is het belangrijk om de nodige feedback te geven om de student te sturen in zijn proces (#183 | Dries D’haese Over Beter Evalueren, 2024). Feedback kan ook op verschillende manieren en vormen. Een ideale methode is door peer-feedback in te zetten. Dit is verbonden met de peer-assessment maar dient meer als bewustwording en kwaliteitsbesef van de criteria. De leerlingen leren bovendien kritisch en objectief elkaar beoordelen.

Peer-feedback moet wel eerst onder begeleiding en kleinschalig aangeleerd worden alvorens het toe te passen op grotere projecten. We leerden immers al dat feedback geven onder leerlingen niet vanzelf komt en aangeleerd moet worden.

Uit mijn interview met Thomas leerde ik dat ook in de hogeschool zelfevaluatie en zelfreflectie wordt ingezet voor de ontwikkeling. Ontvangen feedback wordt genoteerd in een logboek en er dient een zelfreflectie te worden geschreven over het eigen leerproces. Tenslotte is het van belang om feedback steeds vanuit een growth mindset mee te geven.

Ik was verbaasd om in de cursus niets terug te vinden over rubrics. De termen beoordelingsschema’s en beoordelingsschaal komen wel ter sprake maar worden verder niet geëxploreerd. Naarmate ik meer informatie haalde uit mijn bronnen werd mij steeds meer duidelijk dat het gewicht van rubrics eigenlijk maar met mate mag worden genomen en dat doelmatig en rechtvaardig evalueren niet voortkomt uit rubrics maar uit de voorgenoemde inzichten. Zoals het betrekken van leerlingen bij het opstellen van criteria, peer-feedback of het gebruik van voorbeelden voor kwaliteitsbesef en het inzetten van formatieve evaluatie. Dit besef beïnvloed enorm de manier waarop ik mijn praktijkontwerp zal ontwikkelen.

Ontwerp

De situatie

Ik volg stage op de! Kunsthumaniora Antwerpen en geef les aan een gezellige klas van 11 leerlingen, 4FOTO. Over een periode van amper 8 weken is het mijn doel om zoveel mogelijk basiskennis fotografie aan te leren en laat ik naast de 2 examen opdrachten nog 2 foto opdrachten uitvoeren. De examenperiode geeft extra tijdsdruk en ik moet mijn ambities om een ruim doordacht en evenwichtig evaluatiesysteem te ontwikkelen temperen en mij behouden tot de essentie van mijn onderzoek.


Toen ik mijn bronnenonderzoek startte had ik de 2 opdrachten in de klas al opgedragen. Deze zijn beide grondig voorzien van evaluatiecriteria zoals aangeraden in meest van mijn bronnen maar er is vooraf geen verdiepend kwaliteitsbesef bereikt. Wel zijn er voorbeelden aangereikt van inspirerende fotografen om meer context te geven aan de opdracht.

Opdracht is afgerond en de helft van de leerlingen heeft deze ingediend. De 2de opdracht is nog lopende en het is nog afwachten of genoeg leerlingen deze zullen indienen. De criteria zijn opgesomd in een lijst. Voor opdracht 2 is er een extra analytische rubric ontwikkeld die de leerlingen kunnen gebruiken om zichzelf in te schatten. Deze rubric is voorgesteld aan de vak expert Thomas Van de Water en werd goedgekeurd om toe te passen voor leerlingen uit 4FOTO.

Het doel is om aan de hand van mijn onderzoek te weten te komen of de leerlingen in 4FOTO het gebruik van een analytische rubric ervaren als een meerwaarde, ze de criteria duidelijk vonden en of ze de evaluatiemethode als positief ervaarden.

Hieronder volgt een meer gedetailleerde voorstelling van mijn ontwerp.


Voorstelling

Er wordt getest op een klas van 11 kinderen in 4FOTO aan de hand van 2 foto opdrachten met verschillende criteria. Voor de opgave krijgen de leerlingen andere tools en informatie aangeboden zodat er een verschil is in de manier waarop de leerlingen zich kunnen voorbereiden. Ook wordt het evaluatieproces verschillend aangepakt. Hieronder zetten we de eigenschappen van beide opdrachten naast elkaar.

Opdracht A

De opdracht wordt uitgevoerd tijdens een uitstap naar Charleroi. Er dient een reeks beelden gemaakt te worden waarbij een connectie wordt gemaakt tussen oud industrieel Charleroi en de moderne stad. De leerlingen ontvingen vooraf een opdracht briefing met voorbeelden en context.

Volgende criteria zijn van kracht:

  • Je brengt oud en nieuw Charleroi samen.

  • Je beelden zijn technisch in orde (correct belicht, scherp, correcte witbalans)

  • Je reeks vertoont samenhang door kleur, gevoel, beeldstijl en onderwerp.

  • Je maakt een reeks van 12 beelden

  • Je werkt in kleur

  • Je beelden tonen een duidelijke link tussen oud en nieuw Charleroi.

  • Je composities zijn verzorgd en lijnen zijn rechtgetrokken waar nodig.

  • Je fotografeert manueel

  • Je fotografeert in RAW.

  • Je levert 12 .jpeg beelden af in hoge resolutie

  • Je dient de opdracht op tijdig in.

Opdracht B

De opdracht wordt uitgevoerd in eigen vrije tijd buiten de schooluren. Er dient een reeks gemaakt te worden waarbij verschillende standpunten worden gebruikt om tot een verhalend gevoel te komen. Voor de opdracht is voorbereiding en planning nodig. Het onderwerp is vrij.


Volgende criteria zijn van kracht:

  • Je levert een reeks van 9 beelden af.

  • Je beelden zijn technisch in orde (correct belicht, scherp, correcte witbalans)

  • Je reeks vertoont samenhang door kleur, gevoel, beeldstijl en onderwerp.

  • Je gebruikt scherptediepte om je beelden meer dimensie te geven.

  • Je gebruikt licht om meer plasticiteit en diepte te creëren in je beeld.

  • Je maakt een moodboard en deelt dit via Pinterest naar de leerkracht.

  • Je maakt logboek notities en voorbereidingen.

  • Je reeks bevat volgende voorstellingen: portret, handeling, ruimte of landschap, detail en beweging

  • Je gebruikt objecten, elementen of props om een breder verhaal te vertellen.

  • Je werkt in kleur.

  • Je beelden zijn bewerkt.

  • Je levert af in .jpeg hoge resolutie.

  • Je levert je RAW beelden in.

  • Je dient de opdracht tijdig in.

Evaluatie

Opdracht A wordt geëvalueerd door de leerkracht. Punten worden achteraf met de student gedeeld en er wordt een korte feedback meegegeven.

Opdracht B wordt online geplaatst en de leerlingen worden gevraagd om anoniem de reeksen te beoordelen volgens de evaluatiecriteria. Na de beoordeling worden de reeksen op volgorde geplaatst van goed naar minder goed. Vervolgens is er een dialoog met de leerlingen over de resultaten. De evaluatie criteria voor deze opdracht zijn aangegeven in een analytische rubric. Er is gekozen voor een analytische rubric omdat op dit moment in het leerproces van de leerlingen het nog belangrijk is om de verschillende onderdelen van een foto opdracht duidelijk te benoemen. Een definitieve beoordeling gebeurt achteraf door de leerkracht. Er wordt rekening gehouden met de inzichten van de peer-feedback.

Data verwerking

Na de verwerking van zowel opdracht A als B vullen de leerlingen een vragenlijst in die toetst naar de de beleving van beide opdrachten. De vragenlijst wil onderzoeken of de leerlingen duidelijk begrepen wat er van hen verwacht werd, of ze de criteria duidelijk vonden en haalbaar en hoe ze de beoordelingsmethode hebben ervaren.

Vanuit de hypothese wordt verwacht dat hoewel opdracht B een ruimere opdracht is, deze toch als transparanter en doelgerichter wordt ervaren door middel van alle extra tools.

Vragenlijst opdracht A

  • Ik begrijp wat de opdracht is.

  • Ik begrijp wat er van mij wordt verwacht.

  • Ik vind de evaluatiemethode duidelijk.

  • Ik vind de doelen van de opdracht haalbaar.

  • De opdracht is onduidelijk.

  • Ik begrijp de criteria van de opdracht.

  • Ik vond de opdracht fijn om te doen.

  • De manier waarop ik de criteria kan opzoeken vind ik handig.

  • Ik heb de criteria van deze opdracht gelezen en begrepen

  • Ik kan mij vinden in mijn eindscore.

  • Vertel kort waarom je de evaluatiemethode wel of niet duidelijk vond.

  • Nog iets wat je wenst te melden?

Vragenlijst opdracht B

  • Ik begrijp wat de opdracht is.

  • Ik begrijp wat er van mij wordt verwacht.

  • Ik vind de evaluatiemethode duidelijk.

  • Ik vind de doelen van de opdracht haalbaar.

  • De opdracht is onduidelijk.

  • Ik begrijp de criteria van de opdracht.

  • Ik vond de opdracht fijn om te doen.

  • De manier waarop ik de criteria kan opzoeken vind ik handig.

  • Ik heb de rubric van deze opdracht gelezen en begrepen

  • Ik kan mij vinden in mijn eindscore.

  • Vertel kort waarom je de evaluatiemethode wel of niet duidelijk vond.

  • Nog iets wat je wenst te melden?

Resultaten

De resultaten van de vragenlijst worden verwerkt tot een data sheet waarmee de algemene doelmatigheid van de evaluatie wordt gemeten. De vragen zijn beknopt tot de relevantie van het onderzoek. Voor opdracht B werd gevraagd of de bijhorende rubric goed is gelezen en begrepen. Deze is niet van toepassing op opdracht A. De vragenlijst werd anoniem ingevuld door 9 leerlingen van 4FOTO.


Doelmatigheid

Antwoorden


Conclusie bevraging

Uit de antwoorden van de leerlingen kan worden geconcludeerd dat opdracht B grotendeels een hogere doelmatigheid heeft dan opdracht A. Hiermee wordt bedoeld dat opdracht B duidelijkere criteria en doelstellingen had dan opdracht A en dat deze ook beter werden geregistreerd door de leerlingen. In de algemene feedback komt naar voren dat opdracht B overwegend duidelijker was dan opdracht A en dat de resultaten van het evaluatieproces voor een betere acceptatie van de beoordeling zorgde. Dit is voornamelijk interessant omdat opdracht B als moeilijker en pittiger werd ervaren. De leerlingen reageerden positief op de peer-feedback sessie die gekoppeld is aan opdracht B. Deze werd deels anoniem uitgevoerd omdat de leerlingen nog onvoldoende ervaring hebben met de methode. Dit bleek een goede keuze omdat het comfortabeler aanvoelde. Uit de beproeving en de antwoorden concludeer ik dat een uitgebreide inleiding tot een opdracht, voorzien van duidelijke criteria, voorbeelden en een kwaliteitsschaal (rubric) een positieve invloed heeft. Die invloed is gunstig voor zowel de doelmatigheid als de mate waarin de leerlingen de opdracht beleven en de gekoppelde resultaten accepteren. Hierbij neem ik ook mee dat het samen evalueren in een peer-feedback of co-peer-feedback situatie bevorderend is voor het kwaliteitsbesef.

De rubric in actie

om de doeltreffendheid van de opgemaakte rubric te testen beoordeelde ik het werk van de leerlingen een eerste maal op gevoel. Daarna gaf ik een beoordeling a.d.h.v. de rubric. Een derde controle komt er door het afwegen van de resultaten met die van de stage-mentor H.R.. Door onze inzichten samen te leggen tracht ik te toetsen of de verschillende methodes gelijklopend zijn of niet. Een gelijklopend resultaat kan de objectiviteit van de rubric namelijk bevestigen.


Ter illustratie wordt het werk van 2 leerlingen uit 4FOTO getoond en de bijhorende evaluatie en feedback.

Leerling A

H.R.: 7,5/10

Je maakt originele keuzes, daardoor roepen de beelden een emotie op en onderscheidt je jezelf van je klasgenoten. Trek deze trend vooral door. Op gebied van kadrering twijfel je soms tussen ruimte laten voor je compositie en close gaan. Je beelden zouden nog iets consistenter ontwikkeld kunnen worden. Probeer je beelden altijd ook ten opzichte van elkaar te beoordelen.

Mathias: 4/10 (zonder rubric) - 4/10 (met rubric)

Je maakte een reeks die een focus legde op de leegstand en industrieel verval van Charleroi en toont daarmee aan dat je een oog hebt dat zoekt naar elementen die je aanspreken. Desondanks ontbreekt je reeks aan consistentie en een duidelijke beeldtaal. De foto's lijken willekeurig geselecteerd en zijn niet afgewerkt. Probeer in je postproductie je beelden verder te bewerken om de boodschap van je reeks beter te ondersteunen.

Beoordeling voor leerling: 6/10

Leerling B

H.R.: 8/10

Je hebt een hele evolutie afgelegd tussen Brussel en Charleroi. Je beelden springen eruit door het gebruik van doordachte composities en, volgens mij, het volgen van je gevoel. Vertrouw daar maar wat meer op. Als volgende stap kan je in de toekomst meer aandacht geven aan het rechttrekken van je vluchtlijnen en compositielijnen. Dit kan ook in je nabewerking gebeuren.

Mathias: 8/10 (zonder rubric) - 8,5/10 (met rubric)

Je maakte een boeiende reeks over Charleroi met een variatie aan spanning, kleur en lijnenspel. Je beelden tonen intentie met een duidelijke boodschap. Soms architecturaal, soms maatschappelijk-cultureel. Je bracht kleur en lijn mooi samen en hebt je beelden krachtiger gemaakt door je nabewerking. Probeer tijdens het fotograferen je belichting nog beter onder controle te krijgen en ook je kadrering, want als je dit achteraf moet doen verlies je veel informatie. Knap werk!

Beoordeling voor leerling: 8/10


Conclusie evaluatie

Uit de beproeving van de rubric kan ik afleiden dat in een eerste instantie de rubric mijn persoonlijke criteria volgt en dat zowel mijn gevoelsmatige beoordeling als de rubric gelijkaardige resultaten geven. Echter wanneer ik mijn beoordeling vergelijk met die van H.R., dan merk ik dat er toch verschillen komen. Nochtans werd er in de feedback naar de leerlingen toe aan dezelfde zaken aandacht besteedt. Door de holistische informatie van H.R. ontstaat er een relativering van de criteria en komt zij alsnog tot andere resultaten. Er werd beslist om onze resultaten samen te voegen in het voordeel van de leerlingen. Dit resulteerde in een score die wel afgewogen, beargumenteerd en minder subjectief is. Daarnaast laat het ook minder toe dat de beoordeling zich enkel spiegelt aan de abstracte criteria van de rubric. Ik concludeer uit deze beproeving dat hoewel mijn rubric goed werd opgebouwd, deze toch niet in staat is om de nuances van iets complex als een artistieke foto opdracht te beoordelen. Het vergelijken van inzichten met andere docenten verhoogde daarentegen aanzienlijk de rechtvaardigheid van het eindresultaat.

Reflectie

In dit laatste onderdeel van mijn actieonderzoek kijk ik terug naar de weg die ik heb afgelegd en beantwoord ik vragen als “wat heb ik onderzocht?”, “Wat heb ik geleerd?” en “Wat kan ik hiermee in de toekomst?”

Links & downloads

Extra documenten